Een onboarding programma maken begint niet met het vullen van een planning. Begin met de vraag wat een nieuwe medewerker op verschillende momenten moet weten, kunnen en ervaren. Pas daarna bepaal je welke informatie, gesprekken, trainingen en taken daarbij passen.
Dat voorkomt dat onboarding verandert in een volle eerste werkweek met documenten, presentaties en introducties die allemaal tegelijk plaatsvinden. Een goed programma verdeelt informatie over logische fases, maakt duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en combineert een vaste basis met onderdelen die verschillen per functie, afdeling of locatie.
In dit artikel helpen we je om zelf zo'n programma op te bouwen. Je krijgt een praktisch onboarding stappenplan, een inwerkprogramma voorbeeld en ideeën waarmee je een origineel inwerkprogramma maakt zonder dat creativiteit belangrijker wordt dan de inhoud.
Wil je tijdens het ontwerpen direct je eigen situatie invullen? Gebruik dan het werkboek voor het ontwerpen van de ideale onboarding. Het werkboek van Welder is ontwikkeld om onder meer de huidige en gewenste onboarding en de fasering van informatie in kaart te brengen.
Download werkboek onboarding
Wat is een onboarding programma?
Een onboarding programma is een vooraf ontworpen traject waarmee je nieuwe medewerkers begeleidt tijdens hun overgang naar de organisatie en hun functie. Je legt vast welke informatie, begeleiding, contacten en activiteiten iemand nodig heeft en op welk moment die plaatsvinden.
Een compleet programma bevat meestal meerdere soorten onderdelen:
- praktische voorbereiding;
- kennismaking met de organisatie en collega's;
- uitleg over de functie en verwachtingen;
- toegang tot systemen en hulpmiddelen;
- functiegerichte kennis en training;
- contact met een buddy of leidinggevende;
- zelfstandig oefenen en toepassen;
- feedback- en evaluatiemomenten.
Het programma begint bovendien niet noodzakelijk op de eerste werkdag. Sommige praktische voorbereiding en kennismaking kan al plaatsvinden nadat het contract is getekend. Die fase noemen we preboarding.
Een onboarding programma is daarmee breder dan alleen een inwerkprogramma. Inwerken richt zich sterk op leren hoe iemand de functie uitvoert. Onboarding omvat daarnaast de kennismaking met de organisatie, samenwerking, verwachtingen en sociale omgeving.
Een onboarding programma is iets anders dan een checklist
Een checklist en onboardingprogramma hebben allebei waarde, maar lossen een andere vraag op.
Een onboarding checklist helpt je controleren of belangrijke acties niet worden vergeten. Denk aan een laptop regelen, collega's informeren, een buddy aanwijzen en een evaluatie inplannen.
Bij een onboardingprogramma ga je een stap verder. Je ontwerpt de samenhang tussen die acties:
- Wat moet een medewerker weten of kunnen?
- Wanneer is die informatie relevant?
- Wie begeleidt dit onderdeel?
- Hoe bied je het aan?
- Wat moet het opleveren?
- Hoe controleer je of extra begeleiding nodig is?
Dat verschil is belangrijk. Een taak kan keurig zijn afgevinkt terwijl de onboarding inhoudelijk weinig oplevert. Een presentatie over alle interne systemen kan bijvoorbeeld zijn gegeven, maar dat betekent nog niet dat een nieuwe medewerker weet welk systeem op welk moment nodig is.
Gebruik een checklist dus als controle-instrument en een programma als ontwerp van de volledige ervaring.
Een onboarding programma maken begint bij de gewenste situatie
Wanneer je een nieuw programma ontwerpt, is het verleidelijk om meteen onderwerpen te verzamelen. Bedrijfshistorie, kernwaarden, IT, collega's voorstellen, processen, veiligheid, trainingen: voor je het weet heb je een enorme lijst.
Begin daarom niet met content, maar met het gewenste resultaat.
Stel jezelf eerst de vraag:
Wat moet een nieuwe medewerker na de onboarding weten, kunnen en begrijpen?
Maak daarbij onderscheid tussen verschillende niveaus.
Kennis over de organisatie
Wat moet iedere medewerker weten over de organisatie zelf?
Denk aan:
- wat de organisatie doet;
- voor wie je werkt;
- hoe de organisatie is opgebouwd;
- belangrijke werkwijzen;
- relevante afspraken of richtlijnen;
- waar informatie gevonden kan worden.
Kennis over de functie
Wat moet iemand beheersen om de eigen rol uit te voeren?
Denk aan:
- verantwoordelijkheden;
- werkzaamheden;
- processen;
- systemen;
- kwaliteitseisen;
- interne en externe contacten.
Sociale verbinding
Welke mensen moet de medewerker leren kennen om goed te kunnen werken?
Dat zijn niet automatisch alle collega's. Richt je eerst op de directe werkomgeving, belangrijke samenwerkingspartners en mensen bij wie de medewerker regelmatig informatie nodig heeft.
Zelfstandigheid
Wat moet iemand na een bepaalde periode zelfstandig kunnen?
Een concreet einddoel is bijvoorbeeld sterker dan "heeft de onboarding afgerond". Formuleer liever wat iemand daadwerkelijk kan uitvoeren, uitleggen of terugvinden.
Breng eerst de huidige onboarding in kaart
Voordat je iets nieuws ontwerpt, helpt het om te bekijken wat er al gebeurt. Het bestaande werkboek van Welder gebruikt eveneens het verschil tussen de huidige en gewenste situatie als uitgangspunt.
Breng daarom per fase in kaart:
- wat nieuwe medewerkers nu ontvangen;
- welke gesprekken plaatsvinden;
- welke collega's betrokken zijn;
- welke trainingen worden gegeven;
- welke informatie schriftelijk of digitaal wordt gedeeld;
- welke taken HR en leidinggevenden uitvoeren;
- waar regelmatig vragen of problemen ontstaan.
Praat daarbij niet alleen met HR. Vraag recente starters en leidinggevenden naar hun ervaringen.
Concrete vragen zijn bijvoorbeeld:
- Welke informatie hielp je in je eerste weken?
- Welke informatie kreeg je te vroeg?
- Wat moest je zelf uitzoeken?
- Welke kennismaking kwam te laat?
- Welke uitleg heb je dubbel gekregen?
- Waar had je meer begeleiding bij nodig?
- Welke onderdelen konden volgens jou korter of helemaal weg?
Zo voorkom je dat je een bestaand probleem alleen in een nieuw format giet.
Onboarding stappenplan: zo ontwerp je het programma
Met onderstaand onboarding stappenplan kun je van losse ideeën naar een uitvoerbaar programma gaan.
Stap 1. Bepaal de gezamenlijke basis
Begin met informatie en activiteiten die voor vrijwel iedere nieuwe medewerker relevant zijn. Denk aan de organisatie, algemene werkwijzen, praktische afspraken en een eerste kennismaking. Houd deze basis compact. Niet alles wat HR belangrijk vindt, hoeft voor iedere nieuwe medewerker onderdeel van de onboarding te zijn.
Stap 2. Maak aanvullende routes
Bepaal vervolgens waar verschillen nodig zijn. Je kunt bijvoorbeeld aparte onderdelen maken voor:
- functies;
- afdelingen;
- locaties;
- leidinggevenden;
- starters zonder ervaring;
- medewerkers die al veel relevante werkervaring hebben.
Zo hoef je niet voor iedere medewerker een volledig nieuw programma te bouwen en voorkom je tegelijkertijd dat iedereen irrelevante onderdelen doorloopt.
Stap 3. Verdeel alle informatie over fases
Zet niet alles in de eerste week. Een praktische indeling is bijvoorbeeld:
- vóór de eerste werkdag;
- eerste werkdag;
- eerste week;
- eerste maand;
- verdere verdieping;
- evaluatie en overgang naar reguliere begeleiding.
Voor de periode vóór dag één hoef je binnen dit werkboek niet alles opnieuw uit te vinden. Gebruik daarvoor de aparte preboarding checklist.
Wil je juist een langere fasering uitwerken? Bekijk dan het onboardingplan voor de eerste 100 dagen.
Stap 4. Bepaal per onderdeel het juiste moment
Vraag voor ieder onderwerp: wanneer heeft de medewerker deze informatie daadwerkelijk nodig? Een declaratieproces hoeft misschien niet op de eerste ochtend uitgelegd te worden als iemand pas weken later de eerste declaratie indient. Specialistische software hoeft niet volledig te worden behandeld voordat iemand ermee gaat werken.
Door informatie dichter bij het gebruiksmoment te plaatsen, wordt de onboarding overzichtelijker.
Stap 5. Kies de juiste vorm
Niet alles hoeft een document of presentatie te zijn.
Kies per onderwerp wat logisch is:
- korte tekst;
- video;
- afbeelding;
- kennisbankartikel;
- persoonlijk gesprek;
- rondleiding;
- meeloopmoment;
- training;
- praktijkopdracht;
- quiz of kennisvraag;
- reflectievraag.
De vorm volgt de inhoud. Een ingewikkeld werkproces leer je waarschijnlijk niet goed uit een welkomstvideo. Een eenvoudige praktische instructie hoeft juist niet steeds persoonlijk door HR te worden uitgelegd.
Stap 6. Verdeel de verantwoordelijkheden
Maak expliciet wie ieder onderdeel verzorgt.
Een logische verdeling kan zijn:
- HR: algemeen proces en organisatiebrede onderdelen;
- leidinggevende: functie, doelen, verwachtingen en feedback;
- IT: apparatuur, accounts en toegangen;
- buddy: praktische en sociale ondersteuning;
- collega of vakspecialist: specifieke kennis;
- medewerker: leeractiviteiten, vragen en feedback.
Zet bij iedere stap één duidelijke eigenaar. "HR en manager" klinkt samenwerkend, maar kan in de praktijk betekenen dat beiden verwachten dat de ander actie onderneemt.
Stap 7. Voeg evaluatiemomenten toe
Een onboardingprogramma moet niet alleen informatie versturen. Je wilt ook weten hoe iemand de start ervaart.
Plan daarom tijdens het programma korte check-ins.
Vraag bijvoorbeeld:
- Is je rol duidelijk?
- Weet je wat er van je wordt verwacht?
- Kun je de informatie vinden die je nodig hebt?
- Welke werkzaamheden gaan al zelfstandig?
- Waar heb je nog begeleiding bij nodig?
- Heb je voldoende contact met collega's?
- Wat kunnen we aan de onboarding verbeteren?
Gebruik de antwoorden zowel voor deze medewerker als voor het verbeteren van toekomstige trajecten.
Inwerkprogramma voorbeeld: zo kan de eerste periode eruitzien
Een inwerkprogramma voorbeeld wordt pas bruikbaar wanneer je niet alleen activiteiten opsomt, maar ook uitlegt waarom ze op een bepaald moment plaatsvinden. Stel dat een nieuwe medewerker op een commerciële binnendienst begint.
Voor de start
HR deelt praktische informatie over de eerste dag. IT zorgt dat de benodigde apparatuur en accounts beschikbaar zijn. De leidinggevende wijst een buddy aan. De medewerker krijgt nog geen complete training over alle commerciële processen. Die kennis is vóór de eerste werkdag nog niet nodig.
Dag 1
De medewerker maakt kennis met het directe team, bespreekt het programma voor de eerste week en krijgt uitleg over de functie en belangrijkste verwachtingen. Er is ook tijd om de werkplek en systemen te leren kennen zonder direct ieder detail te behandelen.
Week 1
De nieuwe collega leert de belangrijkste producten of diensten kennen, kijkt mee met ervaren collega's en maakt kennis met afdelingen waarmee veel wordt samengewerkt. Aan het einde van de week volgt een korte check-in.
Week 2 tot 4
De medewerker begint zelfstandig eenvoudige werkzaamheden uit te voeren. Training en uitleg sluiten steeds vaker aan op concrete taken. De leidinggevende geeft feedback en bepaalt waar verdieping nodig is.
Na ongeveer een maand
Er volgt een inhoudelijk gesprek. Welke werkzaamheden gaan inmiddels goed? Waar loopt de medewerker nog tegenaan? Zijn verwachtingen duidelijk? Is aanvullende kennis nodig? Vervolgens wordt het programma aangepast aan wat de medewerker in de volgende fase nodig heeft.
Dit voorbeeld is bewust eenvoudig. De waarde zit niet in een perfecte agenda die je één-op-één kopieert, maar in het principe: leren, toepassen, feedback krijgen en daarna verder verdiepen.
Hoe maak je een origineel inwerkprogramma?
Een origineel inwerkprogramma hoeft niet te bestaan uit cadeauboxen, games of ingewikkelde thema's. Originaliteit is vooral waardevol wanneer het programma herkenbaar is voor jouw organisatie en medewerkers actief laat kennismaken met het echte werk.
Je kunt bijvoorbeeld:
Collega's zelf het verhaal laten vertellen
Laat verschillende medewerkers kort uitleggen wat hun team doet, wanneer een nieuwe collega bij hen terechtkan of welke tip zij zelf graag bij hun start hadden gekregen. Dat is vaak herkenbaarder dan één algemene presentatie vanuit HR.
Werk met echte praktijksituaties
Laat iemand niet alleen een proces lezen, maar geef een kleine opdracht die past bij de functie. Een nieuwe marketeer kan bijvoorbeeld een bestaande campagne bekijken. Een medewerker in de horeca kan een deel van de gastreis doorlopen. Een leidinggevende kan kennismaken met belangrijke samenwerkingspartners aan de hand van een actuele casus.
Maak kennismaken doelgericht
"Plan koffie met vijf collega's" klinkt sociaal, maar zegt nog weinig. Leg liever uit waarom iemand die collega's ontmoet:
- deze persoon helpt je met planning;
- deze afdeling levert input voor jouw werk;
- met deze collega werk je wekelijks samen;
- bij deze expert kun je terecht voor inhoudelijke vragen.
Gebruik kleine kennischecks
Na belangrijke informatie kun je een korte vraag, opdracht of reflectie toevoegen. Niet om iemand te beoordelen, maar om te controleren of de kern duidelijk is.
Laat medewerkers de organisatie ontdekken
In plaats van alles uit te leggen, kun je iemand soms bewust iets laten opzoeken of onderzoeken. Vraag bijvoorbeeld waar bepaalde kennis te vinden is, laat iemand kennismaken met een ander team of geef een kleine opdracht rondom een belangrijk proces. Een origineel programma hoeft dus niet spectaculair te zijn. Het moet vooral passen bij de werkzaamheden en cultuur van jouw organisatie.
Tips voor een onboarding programma dat uitvoerbaar blijft
Ontwerp eerst, automatiseer daarna
Begin niet met het vullen van onboardingsoftware. Bepaal eerst welke stappen nodig zijn en welke informatie op welk moment moet worden aangeboden. Ook Welder adviseert op de huidige onboardingpagina om eerst informatie, begeleiding, verantwoordelijkheden en timing in kaart te brengen voordat het digitale proces wordt ingericht.
Schrap actief
Vraag bij elk onderdeel of een nieuwe medewerker dit echt nodig heeft. Staat bepaalde informatie al duidelijk in een kennisbank? Dan hoef je misschien alleen uit te leggen waar die kennis te vinden is.
Maak niet alles verplicht
Sommige informatie is essentieel voor iedere medewerker. Andere inhoud is handig als naslagwerk. Door dat onderscheid expliciet te maken, voorkom je een programma waarin ieder onderdeel dezelfde prioriteit lijkt te hebben.
Test het programma met een echte starter
De eerste nieuwe medewerker die jouw programma doorloopt, ziet dingen die je tijdens het ontwerp hebt gemist. Vraag daarom specifiek naar timing, duidelijkheid en relevantie.
Onderhoud de inhoud
Functies, systemen, collega's en procedures veranderen. Wijs iemand aan die periodiek controleert of onboardingcontent nog klopt.
Veelgemaakte fouten bij een onboarding programma maken
Het bestaande programma alleen digitaliseren
Een digitaal formulier blijft een slecht formulier wanneer de inhoud niet klopt. Gebruik een nieuwe inrichting daarom om kritisch naar bestaande stappen te kijken.
Een programma bouwen vanuit wat HR wil vertellen
Draai de vraag om: wat moet de nieuwe medewerker op dit moment weten of kunnen? Dat levert vaak een korter en relevanter programma op.
De eerste week volledig vullen
Meer activiteiten betekenen niet automatisch een betere onboarding. Houd ruimte over voor echte werkzaamheden, vragen en informeel contact.
Voor iedereen dezelfde route gebruiken
Een gezamenlijke basis is handig. Functiegerichte kennis moet echter aansluiten op de medewerker.
Creativiteit als doel zien
Een spelelement of thema kan leuk zijn, maar moet het proces ondersteunen. Een origineel inwerkprogramma blijft in de eerste plaats een inwerkprogramma.
Geen feedbackmomenten inbouwen
Zonder feedback weet je alleen dat taken zijn afgerond, niet of iemand daadwerkelijk goed geland is.
Veelgestelde vragen
Hoe begin je met een onboarding programma maken?
Begin met het gewenste eindresultaat. Bepaal wat een medewerker na de onboarding moet weten, kunnen en begrijpen. Breng daarna de huidige aanpak in kaart en verdeel de benodigde informatie, begeleiding en activiteiten over verschillende fases.
Wat staat er in een onboarding stappenplan?
Een onboarding stappenplan bevat minimaal de fases van het traject, de doelen per fase, concrete acties, verantwoordelijke personen en evaluatiemomenten. Maak daarnaast onderscheid tussen organisatiebrede en functie-, afdeling- of locatiegerichte onderdelen.
Wat is een goed inwerkprogramma voorbeeld?
Een goed inwerkprogramma voorbeeld laat niet alleen zien welke activiteiten plaatsvinden, maar ook in welke volgorde. Begin met kennismaking en basisinformatie, laat de medewerker daarna steeds meer werkzaamheden toepassen en bouw regelmatig feedback in. Het programma moet uiteindelijk worden aangepast aan de specifieke functie.
Hoe maak je een origineel inwerkprogramma?
Maak het programma herkenbaar voor jouw organisatie en laat medewerkers actief deelnemen. Werk bijvoorbeeld met echte praktijksituaties, persoonlijke bijdragen van collega's, doelgerichte kennismakingen en kleine opdrachten. Voeg creatieve vormen alleen toe wanneer ze helpen om iets te leren of ervaren.
Hoe lang moet een onboardingprogramma duren?
Daar bestaat geen vaste duur voor. De benodigde begeleiding hangt onder andere af van functie, complexiteit en ervaring. Belangrijker is dat het programma niet automatisch stopt na de eerste werkweek terwijl de medewerker nog volop bezig is de functie en organisatie te leren kennen.
Wat is het verschil tussen een onboardingprogramma en onboarding checklist?
Een onboarding checklist helpt controleren of alle noodzakelijke acties zijn uitgevoerd. Een onboardingprogramma beschrijft de volledige samenhang: wat iemand moet leren of ervaren, wanneer dat gebeurt, in welke vorm en wie verantwoordelijk is. Gebruik beide daarom naast elkaar.
Onboarding programma maken met het werkboek van Welder
Het werkboek voor de ideale onboarding helpt je om niet meteen in losse taken en content te duiken. De huidige werkboekpagina van Welder beschrijft als uitgangspunten onder meer het vergelijken van de huidige en gewenste situatie, het bepalen welke elementen onderdeel moeten zijn van onboarding en nadenken over de fasering van informatie.
Download het onboarding werkboek
Heb je daarna bepaald hoe het ideale programma eruitziet? Dan kun je kijken hoe je het proces praktisch organiseert. Met de digitale onboarding van Welder kunnen organisaties verschillende fases inrichten en informatie, taken, video's en documenten afstemmen op onder meer functie, afdeling of locatie. Ook kunnen HR en leidinggevenden de voortgang van onderdelen volgen. De volgorde blijft daarbij belangrijk: eerst ontwerpen, daarna digitaliseren.
Conclusie
Een onboarding programma maken begint niet bij een volle agenda of een verzameling welkomstcontent. Begin bij wat een nieuwe medewerker uiteindelijk moet weten, kunnen en begrijpen. Breng vervolgens de huidige situatie in kaart, bepaal de gewenste uitkomst en gebruik een onboarding stappenplan om informatie en begeleiding over logische fases te verdelen. Maak duidelijk wie iedere stap uitvoert en kies per onderwerp de vorm die daar het beste bij past.
Gebruik een inwerkprogramma voorbeeld daarbij als inspiratie, niet als blauwdruk. De beste onboarding sluit aan op jouw medewerkers, functies en organisatie. En wil je een origineel inwerkprogramma, zoek originaliteit dan vooral in relevante praktijksituaties, herkenbare collega's en actieve kennismaking in plaats van in losse gimmicks.
Met het werkboek kun je die keuzes gestructureerd uitwerken voordat je het daadwerkelijke programma gaat bouwen.





_compressed.avif)

.avif)

%20(1)_compressed.avif)
